Peuteropvang

Okidoki peuteropvang

Peuteropvang 2-4 jaar

Dagopvang 2-4 en peuteropvang 2-4 bieden inhoudelijk hetzelfde ritme, begeleiding en ontdekkingsmogelijkheden voor uw kindje.

Het verschil zit in de opvangtijden, het aantal weken dat wij opvang bieden en de locaties.

Een voordeel voor uw kindje bij de peuteropvang is dat dit vaak in een school is gevestigd. Okidoki heeft nauw contact met de scholen waardoor we gezamenlijk zorgen voor een vloeiende overgang naar het basisonderwijs.

Vertrouwde groep

Per dag geven vaste medewerkers leiding aan een groep. Dat voelt vertrouwd en veilig.

En met leeftijdgenootjes om mee te spelen, is het altijd en voor iedereen gezellig bij Okidoki.

Aanbod peuteropvang

Okidoki biedt ‘gesubsidieerde peuteropvang’ en ‘peuteropvang onder de Wet Kinderopvang’ aan.

Indien u in aanmerking voor kinderopvangtoeslag, kunt u gebruik maken van opvang onder de Wet Kinderopvang. Hierbij kunt u kiezen voor de peutergroep op de dagopvang, of peuteropvang.

Indien u niet in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag, kunt u mogelijk gebruik maken van een gesubsidieerde opvangplaats. Dit bieden wij alleen bij de peuteropvang.

Benieuwd naar de voorwaarden? Download hier het formulier berekening inkomen voor een gesubsidieerde peuteropvangplaats door gemeente Westland.

VVE-Verklaring

Kinderen die een Vroege Voorschoolse Educatie (VVE)-indicatie hebben, zijn kinderen waarvoor het consultatiebureau op basis van door de Gemeente vastgestelde criteria een overdracht/indicatie heeft afgegeven. Deze indicatie kan worden afgegeven omdat uw kind extra ondersteuning nodig heeft op de peuteropvang m.b.t. bepaalde ontwikkelingsgebieden, bijvoorbeeld de taalontwikkeling. Heeft uw kindje een VVE verklaring? Lees hier dan meer.

Stimulering ontwikkeling

Okidoki werkt op de dagopvang en peuteropvang met het ontwikkelingsstimulerings-programma Ben ik in Beeld.

Dit is een erkend programma voor kinderen van 0 tot 4 jaar dat gebruik maakt van elementen uit de VE methode Uk & Puk. Pedagogisch medewerkers versterken hiermee de brede (taal)ontwikkeling van jonge kinderen. De activiteiten binnen deze methode worden op een ontwikkelingsgerichte manier aangeboden. Dit betekent onder andere dat pedagogisch medewerkers altijd kijken naar wat de kinderen ondernemen en wat ze interessant vinden om zo bij hun belevingswereld aan te blijven sluiten.

Okidoki heeft voor deze methode gekozen omdat hij heel goed  en natuurlijk aansluit bij de filosofie en werkwijze van Okidoki: Ontdek het talent dat je bent!

Okidoki heeft voor deze methode gekozen omdat hij heel goed  en natuurlijk aansluit bij de filosofie en werkwijze van Okidoki: Ontdek het talent dat je bent!

De belangrijkste kenmerken:

Activiteiten Uk & Puk

Ieder kind is in beeld

We volgen de ontwikkeling van elk kind en gebruiken daarvoor het ontwikkelings-stimuleringsprogramma Ben ik in Beeld. Het sluit aan op de behoefte van het jonge kind en geeft de pedagogisch medewerker handvatten om hiermee om te gaan. De observatiemethode Kijk! is een onderdeel van het programma, net als de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VE) methode Uk & Puk.

Uk & Puk van 2 tot 4

Okidoki geeft door middel van het programma Uk & Puk kinderen de ruimte en de vrijheid om spelend de wereld te verkennen, om in een veilige omgeving zélf op onderzoek uit te gaan. Door actief te spelen en te ontdekken maken ze een mooie groei door: van baby naar dreumes naar peuter naar kleuter die vol zelfvertrouwen het schoolplein opstapt.

De activiteiten bij de peuteropvang van 2-4 jaar, stimuleren de spraak- en taalvaardigheid, sociaal-emotionele vaardigheden, motorische en zintuiglijke vaardigheden en geven de eerste rekenprikkels. Dit alles gaat heel geleidelijk, op speelse wijze.

Een uitdagende omgeving voor peuters

De inrichting van onze ruimten bevordert de ontwikkeling van kinderen. Er is speelgoed dat kinderen hun vaardigheden laat gebruiken en ontwikkelen en de ruimte nodigt uit tot allerlei activiteiten, maar biedt ook rustpunten. Onze pedagogisch medewerkers prikkelen de nieuwsgierigheid van kinderen, bijvoorbeeld met de vertelkoffer, een koffer gevuld met allerlei voorwerpen rond een bepaald thema, met lego of plakwerkjes. Bij het knutselen is bezig zijn met verschillende materialen belangrijker dan het eindresultaat. Uw kind kiest zelf of het meedoet aan gezamenlijke activiteiten. Er is ook veel tijd om vrij te spelen en zelf te ontdekken.

Uk & Puk

Van een pasgeboren baby die totaal afhankelijk is van anderen, tot een 4-jarige kleuter die trots aan zijn eerste schooldag begint: kinderen van 0 tot 4 jaar maken een gigantische ontwikkeling door. Ze leren tijgeren, kruipen, lopen, fietsen. Brabbelen, praten, zingen. Spelen, nadoen, delen. En niet te vergeten: ze willen steeds meer zélf doen.

Okidoki geeft door middel van het programma Uk & Puk kinderen de ruimte en de vrijheid om spelend de wereld te verkennen, om in een veilige omgeving zélf op onderzoek uit te gaan. Door actief te spelen en te ontdekken maken ze een mooie groei door: van baby naar dreumes naar peuter naar kleuter die vol zelfvertrouwen het schoolplein opstapt.
De activiteiten stimuleren de spraak- en taalvaardigheid, sociaal-emotionele vaardigheden, motorische en zintuiglijke vaardigheden en geven de eerste rekenprikkels. Dit alles gaat heel geleidelijk, op speelse wijze. 

Thema’s

Het totaalprogramma van Uk & Puk bestaat uit 10 aansprekende thema’s. Elk thema biedt 12 activiteiten voor ongeveer 6 weken. Alle thema’s komen uit de directe belevingswereld van jonge kinderen en spelen zich af in het hier en nu. Het programma start met het thema ‘Welkom Puk’; daarna is de volgorde van de thema’s vrij

Dit zijn de thema’s van Uk & Puk

Locaties peuteropvang

Bij Okidoki is elke dag een ontdekkingsreis voor de kinderen, vanuit een veilige basis voor baby’s, peuters en kleuters en zeer uitdagend voor kinderen bij de buitenschoolse opvang. Onze locaties bevinden zich in ‘s-Gravenzande, Heenweg, Naaldwijk, Kwintsheul en Wateringen.

Stappen in de ontwikkeling van een kind

1,5-2,5 jaar

Uw dreumes laat steeds vaker zien dat hij een eigen willetje heeft. Hij laat dit ook zien door bijvoorbeeld keer op keer weg te lopen.

Uw dreumes gaat meer begrijpen. Zo snapt hij dat iemand niet zomaar weg kan zijn. Daarmee laat uw dreumes zien dat hij loskomt van de eenkennigheid.

In deze periode vraagt uw dreumes veel aandacht. Hij ziet zichzelf als het middelpunt van de wereld: alles draait om hem. Hij begrijpt niet waarom iets niet mag of kan of waarom het gevaarlijk is.
Wel leert uw dreumes dat hij dingen kan veroorzaken en dat u daarop reageert. Hij wordt zelfbewuster.
Ook al wordt uw dreumes groter, hij is graag in de buurt van vertrouwde mensen. Maar hij krijgt ook interesse in andere kinderen. Nog niet om mee samen te spelen. Uw dreumes wil op deze leeftijd nog alles voor zichzelf hebben.

Vanaf ongeveer zijn tweede jaar krijgt hij meer belangstelling voor wat een ander kind doet. Uw dreumes leert dat sommige dingen van hem alleen zijn en dat hij andere dingen moet delen. Dat vindt uw dreumes nog best moeilijk!

Uw dreumes ontdekt zijn eigen ‘ik’. Hij noemt zijn eigen naam als het over zichzelf praat, bijvoorbeeld: “Gijs lief”.
Zijn eigen wil wordt steeds sterker. Steeds vaker zal uw dreumes proberen zijn eigen zin te doen. Hij wil alles zelf doen en zegt overal nee tegen. Aan de andere kant is hij ook heel lief en aanhankelijk.

Het spelen breidt zich ook uit. De dreumes imiteert de dagelijkse dingen. Hij geeft bijvoorbeeld de pop eten en legt de pop in bed of hij praat in de telefoon. Door ‘vullen en weer leegmaken’ ontdekt hij wat je kan doen met water en zand.

Uw dreumes wordt al zelfstandiger. Als u even weg bent, dan vertrouwt hij erop dat u zo weer terug komt. Ook krijgt hij door dat hij bij u in het gezin hoort en in de groep van het kinderdagverblijf.

Hoe begeleiden wij uw dreumes / peuter

Omgaan met emoties
We kijken goed naar uw dreumes: hoe voelt hij zich en waar speelt hij mee. We benoemen wat we zien. Zo voelt uw dreumes zich gezien. Hij voelt dat hij er mag zijn zoals hij is. Hij voelt zich veilig.

We praten met uw dreumes zoveel mogelijk op ooghoogte. Zo tonen we respect naar uw dreumes en kan hij zich ‘groot’ voelen.  

We moedigen uw dreumes aan om dingen zelf te doen die hij al (bijna) zelf kan: Zelf met een vorkje zijn fruit eten, laten ‘helpen’ met aankleden. We geven complimentjes als het lukt. Hij mag ook regelmatig kiezen, bijvoorbeeld wat hij op zijn boterham wil. Zo groeit zijn zelfvertrouwen en zijn zelfstandigheid.

Duidelijkheid
Een dreumes heeft behoefte aan duidelijkheid. Als een dreumes weet wat er van hem wordt verwacht voelt hij zich veilig. Zinnen met ‘niet’ vinden kinderen moeilijk, zoals ‘je mag niet op de tafel klimmen’. Daarom zeggen we vooral wat wel de bedoeling is. Dat doen we op een vriendelijke en stimulerende toon: ‘je wilt met het boekje op de bank zitten, wat een goed plan!’ Zo leren de kinderen spelenderwijs wat de regels en gewoonten zijn in de groep. 

In de groep hangen pictogrammen. Dit zijn plaatjes waarop het dagprogramma te zien is. Bij een overgang naar een volgende activiteit kijken we samen met de kinderen naar de plaatjes. 

Ruimte voor ontdekken
We geven uw dreumes alle ruimte om actief op ontdekking uit te gaan. We begeleiden hem en stimuleren hem in zijn spel. Zo leert hij zijn talenten ontdekken. Zijn zelfvertrouwen ontwikkelt zich.

We doen veel spelletjes met de kinderen samen. Samen klimmen op een klauter-parcours, samen boekjes lezen, beweegspelletjes en liedjes zingen. De kinderen beleven veel plezier aan dit contact met de andere kinderen en ze leren veel van en met elkaar. Ze voelen dat ze deel uitmaken van een groep.

Overgang naar de peutergroep
Als uw dreumes in deze periode overgaat van de baby- naar de peutergroep, dan nemen we de tijd zodat uw dreumes eerst in de nieuwe groep kan wennen. Zo verloopt de overgang soepel en voelt hij zich ook in de nieuwe groep snel thuis.

De dreumes kan nu goed lopen! Hij waggelt wijdbeens met de voeten uit elkaar en met zijn buik naar voren. Hij stoeit graag en vindt het leuk om bijvoorbeeld achter een kar te lopen of een treintje achter zich aan te trekken.

Uw dreumes kan al veel, klimt en klautert graag. Zijn zelfvertrouwen groeit maar hij ziet nog geen gevaar, dus goed toezicht blijft heel belangrijk.

Ook in het beheersen van de fijne motoriek maakt uw dreumes grote stappen. De bewegingen zijn nog wel groot, het lijkt of zijn hele lijf meedoet. Hij eet zelf met een lepel, legt puzzelstukken zonder handgrepen, bouwt torens met drie of vier blokken of met duplo.
Bij het tekenen houdt de dreumes zijn potlood vast als een kwast, met zijn volle vuistje, de beweging komt vanuit zijn schouder. Uw dreumes krijgt door dat er iets op het papier komt als hij met het potlood erop krast.

Na zijn tweede jaar kan uw peuter al beter sturen met zijn potlood, hij gebruikt nog wel de vuistgreep maar stuurt met zijn wijsvinger. Hij maakt krabbels.
Het bouwen ontwikkelt zich verder en hij krijgt belangstelling voor zand en water en wat je hiermee kunt doen.
Allerlei handbewegingen worden nog gestuurd vanuit de schouder en bovenarm.

Uw beweeglijke peuter gaat steeds soepeler lopen springen en rennen. Op tijd stoppen of onderweg van richting veranderen vindt de peuter nog moeilijk. Hij klautert overal op en ook weer af. Hij kan eindeloos en met veel plezier op een laag muurtje, een stoepje of een trapje klimmen en er zelf afspringen. Hij kan hurken en weer opstaan zonder zijn handen te gebruiken.

Hoe begeleiden wij uw dreumes / peuter

Kinderen in deze leeftijd zijn het liefst voortdurend in de weer. Ze genieten van bewegen: lopen, rennen, klimmen, op een driewielertje fietsen. Het kan niet op. Voor elke leeftijd is in de groepen passend materialen aanwezig dat uitdaagt om te bewegen. Zo krijgt uw dreumes vanaf jong mee dat bewegen goed voor je is.

In deze leeftijd gaan kinderen steeds ook meer plezier krijgen in creatieve activiteiten zoals kleien en verven. Al doende ontdekt uw dreumes wat je allemaal met het materiaal kunt doen. Bij dit ontdekken geven we uw dreumes alle ruimte. Ieder kind ontdekt weer op zijn eigen manier. Ze kijken hierbij ook naar elkaar en doen elkaar na. Zo ontwikkelen zij spelenderwijs hun zintuigen en hun kleine en grote motoriek.

We doen ook dagelijks groepsspelletjes, waarbij samen bewogen wordt. Bellen blazen, dansen en bewegen op muziek, ballonnen gooien, dieren uitbeelden. Uw dreumes geniet van de sfeer en van het contact met de andere kinderen. Al spelend ontwikkelt hij zijn motoriek.

Bij de dagelijkse verzorging stimuleren we dat uw dreumes zelf doet wat hij al zelf kan. Natuurlijk helpen wij waar dat nodig is. Door dingen zelf te doen wordt uw dreumes steeds handiger en groeit zijn zelfvertrouwen verder uit.

We gaan dagelijks met de kinderen naar buiten. Buiten spelen is gezond en het contact met de natuurlijke omgeving maakt bewegen extra leuk en leerzaam. De speelpleinen zijn met veel natuurlijke materialen ingericht. Takjes verzamelen in de fietskar, rennen door de dorre bladeren of door de plassen; allemaal fijne ervaringen die de kinderen in hun brede ontwikkeling stimuleren.

Wat leert een dreumes toch veel! Hij wordt zich van steeds meer dingen bewust. Hij gaat steeds meer grenzen uitproberen. Hij noemt zichzelf bij zijn naam, begint te beseffen dat hij een jongen of een meisje is. Hij vindt het leuk om speelgoed uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten. Hij geniet enorm van een lied of een voorleesverhaal en wil dit steeds opnieuw horen. Hij maakt keuzes en wil bijvoorbeeld wel een banaan maar geen worteltjes.

Uw dreumes weet al goed wat er gaat gebeuren. Dit leert hij omdat veel dingen zich dagelijks herhalen. Bijvoorbeeld bij het aankleden laat hij door bewegingen zien welk kledingstuk volgt.
Ook krijgt hij door dat alles om hem heen een eigen naam of symbool heeft en kan hij zich herinneren wat er kort ervoor is gebeurd.

Als uw dreumes speelt, dan herhaalt hij graag het spel, zoals bouwen met duplo, stapelen van blokken. Een goede oefening in pakken, grijpen, stapelen, iets ergens in doen.

Hij speelt voor zichzelf, naast andere kinderen.

Ineens is de dreumes een tweejarige peuter en wordt hij zich steeds meer bewust van zichtzelf. Hij realiseert zich dat hij zelf dingen kan veroorzaken. Uw peuter kan al eenvoudige opdrachten uitvoeren en simpele puzzels maken. Hij is erg blij als iets gelukt is, omdat hij beseft dat hij het zelf voor elkaar heeft gekregen. Bovendien heeft hij door dat je een bepaald plan moet hebben om iets voor elkaar te krijgen. Door eerdere ervaringen weet hij nu vooraf wat hij moet doen, bijvoorbeeld hoe je een toren bouwt.

Hoe begeleiden wij uw dreumes / peuter

We geven uw dreumes alle ruimte om in de groep en buiten op ontdekking uit te gaan. Door met zijn lichaam en handen bezig te zijn krijgt uw dreumes steeds meer begrip van de wereld om hem heen: Als  een grote blok valt maakt het een ander geluid dan een kleine blokje. Zand zakt in water naar de bodem, maar een plastic bootje niet. En wat gaat een ballon langzaam door de lucht! Allemaal ontdekkingen die uw dreumes vol verwondering in zich opneemt. We moedigen uw dreumes aan bij deze ontdekkingstocht. We reiken hem de woorden aan zoals hoog, laag, snel, langzaam, veel en weinig. Uw dreumes speelt met veel betrokkenheid en zo ontwikkelt zijn denken zich spelenderwijs.

In het lokaal hangt een spiegel op ooghoogte van de kinderen. Uw dreumes ziet andere kinderen en ook zichzelf: “Hé, dat kindje daar… dat ben ik!” een grote en belangrijke ontdekking. Door samen lichaamsdelen te benoemen krijgt een dreumes steeds beter besef van het eigen lichaam.

We zingen dagelijks (tel-)liedjes in de groep en lezen voor. Dit voorlezen gebeurt interactief: de kinderen worden gestimuleerd om actief mee te doen. We stellen daarbij ‘denkvragen’ zoals: hoeveel konijntjes staan er op het plaatje? En: welke kleur is de trui? Wat heeft dezelfde kleur? Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en doen graag mee om het antwoord te vinden. Ze leren daarbij ook veel van elkaar.

We hebben in de opvang een herkenbare dagindeling en gebruiken de dagritmekaarten die aan de muur hangen. Bij de overgang naar een volgende activiteit gaan we samen met de kinderen de wasknijper verhangen. We praten daarmee over de volgorde in tijd. Wat deden we eerst en wat gaan we nu doen? Zo krijgen de kinderen gaandeweg besef van tijd. Ze leren de betekenis begrijpen van woorden zoals vroeger, straks, gisteren en morgen.

In deze periode gaan de meeste kinderen steeds meer woorden zeggen. Het ene kind is hiermee sneller dan het andere kind.
De eerste woorden zijn vaak ‘papa’, ‘mama’, ‘dada’. Daarnaast praat uw dreumes volop zijn eigen brabbeltaaltje.
Uw dreumes gebruikt steeds meer woorden (tot twee- à driehonderd woorden). Hij weet en zegt op zijn manier het woord voor een voorwerp, een dier of een persoon. Ook bij de plaatjes in een boek zegt hij wat hij ziet.

Als uw dreumes praat, gebruikt hij éénwoordzinnen. Met dat ene woord bedoelt uw dreumes een hele zin en dat kan van alles betekenen. Aan de toon van de ‘zin’ moet u begrijpen wat uw dreumes bedoelt.
De uitspraak van allerlei klanken is nog moeilijk. Uw dreumes begrijpt meer dan hij zelf kan zeggen.
De meeste kinderen bekijken al graag boekjes. Liedjes, geluidsspelletjes en dierengeluiden zijn favoriet. Ze doen al actief mee.

Als uw dreumes een peuter wordt (2 jaar) gaat hij tweewoordzinnen gebruiken, bijvoorbeeld: “papa lezen”, “mama auto”, “niet doen”. Aan de toon hoort u wat uw peuter bedoelt. Bij “papa lezen” wil hij graag dat papa gaat voorlezen.
Vaak gebruikt hij nog andere manieren om duidelijk te maken wat hij wil, hij pakt bijvoorbeeld uw hand, gaat iets halen, laat het zien.
Hij leert snel meer woorden, al spreekt uw dreumes deze niet altijd al goed uit.
Uw peuter noemt zijn voornaam als hij over zichzelf praat, bijvoorbeeld “Sabine boos” als hij bedoelt: “ik ben boos op jou!”

Hoe begeleiden wij uw dreumes / peuter

Als we met uw peuter praten, dan maken we eerst goed contact en kijken uw peuter aan. We praten in korte, duidelijke zinnen. We nodigen de peuters uit om te reageren. Het is dus niet praten ‘tegen’ maar praten ‘met’ de kinderen. Dit doen we tijdens het vrij spelen en de activiteiten, maar ook tijdens alle andere momenten, zoals tijdens de verzorging en aan tafel. Door ons duidelijke taalgebruik zijn we een goed voorbeeld voor de peuters.

We kijken goed naar waar uw peuter mee bezig is. Als uw peuter iets zegt, dan laten we merken dat we naar hem luisteren. We tonen belangstelling voor wat hij zegt. We reageren en geven weer ruimte aan uw peuter om te reageren. Zo ontstaan leuke en leerzame beurtgesprekjes.

In de groep werken we met Ben ik in Beeld, een methode om de taal en brede ontwikkeling van alle kinderen te stimuleren.
Elke zes weken is er een nieuw thema in de groep, bijvoorbeeld thema ‘lente’, thema ‘reuzen en kabouters’ of thema ‘dit ben ik’. In groepjes doen we leuke en stimulerende activiteiten met de peuters. We lezen voor uit prentenboeken die bij het thema horen. Hierbij stimuleren we de peuters om te reageren. Zo doen ze heel actief mee. We noemen dit interactief voorlezen. We zorgen dat de woorden bij het thema regelmatig terugkomen. Zo slijpen de woorden in.

Een belangrijke plek neemt Puk in, de pop van Ben ik in Beeld. Puk beleeft allerlei avonturen, die voor de peuters heel herkenbaar zijn. Puk is voor de peuters een vast ‘vriendje’ van de groep.

We doen met de peuters allerlei activiteiten bij het thema, zoals knutselen, beweegspelletjes en kringspelletjes. De peuters krijgen de taal dus op verschillende manieren aangeboden. Ze leren de taal door doen en ervaren.

In de groep richten we ook hoeken in die passen bij het thema. Deze hoeken nodigen de peuters uit om met elkaar te spelen. Spelenderwijs ontwikkelen zij zich. Tijdens het spelen zijn we in de buurt en spelen we ook mee. We geven woorden aan wat we zien tijdens het spel, zodat het voor de peuters een nog rijkere leerervaring wordt.

2,5-4 jaar

Uw peuter probeert nog steeds zijn eigen wil door te zetten. Als iets niet lukt of niet mag, kan hij flink driftig worden. Uw peuter zit in deze periode als het ware op een ‘emotionele wip’. Hij botst steeds tegen de grenzen aan van wat hij wel of niet kan doen.

Uw peuter wordt steeds zelfbewuster, hij gaat ‘ik’ zeggen. Hij kan zes of meer lichaamsdelen aanwijzen. Hij kent andere kinderen bij naam en kijkt naar wat zij doen. Hij vindt het leuk om anderen na te doen in gedrag en spel.

Na zijn derde verjaardag krijgt uw peuter steeds meer belangstelling voor anderen. Hij kijkt van een afstandje naar het spel van andere kinderen en sluit daar dan bij aan. Hij krijgt meer zorg en aandacht voor zijn omgeving.

Uw peuter vindt het nog moeilijk om met regels om te gaan. Vaak kent hij de regels wel, maar lukt het nog niet om zich er aan te houden. Bijvoorbeeld bij beurtspelletjes vindt hij het moeilijk om op zijn beurt te wachten. Hij vindt het fijn als u of een pedagogisch medewerker erbij is om hulp te bieden.
Uw peuter is al heel trots op wat hij kan en wil dit graag laten zien. 

Hoe begeleiden wij uw peuter

Omgaan met wensen en emoties
In de omgang met de peuters kijken we steeds goed wat ze doen en wat er in hen omgaat. We vertellen wat we zien: ‘kleien vind je leuk, hé? Daar geniet je van’. Zo voelt uw peuter zich gezien en kan hij zo stapje voor stapje leren om met zijn gevoelens om te gaan.

Groeiende zelfstandigheid
We stimuleren uw peuter om zelf te doen wat hij al zelf kan, of bijna zelf kan; zelf z’n jas aantrekken, z’n handen wassen, zelf een boterham smeren. Waar nodig helpen we hem. We geven een compliment als het is gelukt. Uw peuter mag trots zijn op elke grote of kleine mijlpaal!

We geven uw peuter de ruimte om zelf te kiezen waar hij mee wil spelen en met wie. Ook stimuleren we hem om zelf oplossingen te bedenken bij de dingen die hij op zijn pad tegenkomt. Dit helpt hem om zelfvertrouwen te krijgen en zelfstandig te worden.

Duidelijkheid
In de groep gebruiken we pictogrammen, waarop het dagprogramma te zien is. Bij een overgang naar een volgende activiteit kijken we samen naar de plaatjes. We gebruiken vertrouwde rituelen en  zingen vaste overgangsliedjes. Zo weten de peuters wat er gaat gebeuren en wat er van ze wordt verwacht.

We vertellen uw peuter welk gedrag in de groep wenselijk is en geven vaak complimentjes. Ook geven we met ons gedrag het goede voorbeeld. Als een peuter iets doet wat niet mag, dan leggen we duidelijk uit wat wel de bedoeling is. We laten de peuter altijd in zijn waarde.

Spelen naast en met elkaar
We geven uw peuter alle gelegenheid om te spelen met de andere peuters van de groep. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de huishoek. We zijn in de buurt en spelen mee, zodat het fijne leerervaringen zijn. De peuters ervaren dat samenspelen veel plezier oplevert.

We geven woorden aan wat we zien aan wensen en emoties, “Kijk, Mia is verdrietig, zullen we haar gaan troosten?” Zo leert uw dreumes zijn eigen emoties en wensen kennen. Ook kan hij zo in de tijd gaan leren om zich in een ander in te leven.

We stimuleren vriendschap tussen de kinderen. We vieren belangrijke momenten met elkaar, zoals de feestdagen of de komst van een nieuw broertje of zusje. Zo groeit de verbondenheid en de saamhorigheid in de groep.

In de peutertijd ontwikkelt uw peuter zich snel. Hij loopt goed en rent, hij leert achteruitlopen en kan zelfs op een been staan. In het begin gooit hij met een bal maar kan nog niet zo goed richten. Dat gaat al snel steeds beter en rond zijn vierde jaar vangt hij de bal.

Ook bij het fietsen op een driewieler weet hij hoe het werkt. In het begin geeft zowel het trappen als het sturen nog wel eens problemen maar uiteindelijk racet hij over het speelplein.

De peuter beweegt intensief en kan daardoor ineens heel moe zijn en misschien even minder goed aanspreekbaar. Uw peuter speelt graag samen met andere kinderen.

Ook wordt de peuter steeds handiger! Hij bouwt beter en hoger. Hij kan goed kleine spulletjes oppakken en  mozaïekpinnen insteken. Het knippen begint al aardig te lukken als uw peuter bijna vier is. Hij kan dan ook zichzelf aan- en uitkleden, zijn tanden poetsen (al gaat dit nog niet helemaal zoals het hoort) en zijn haar kammen.

Hoe begeleiden wij uw peuter

We geven uw peuter tijdens de opvang veel gelegenheid om lekker motorisch bezig te zijn. Er zijn zowel binnen als buiten veel materialen aanwezig die de kinderen uitnodigen om te bewegen.

Bij elk thema van Ben ik in Beeld komen activiteiten aan bod voor de grote en kleine motoriek van uw peuter. Er worden bijvoorbeeld beweegspelletjes gedaan bij het voorleesboek: hoe springt de kikker? Hoe kruipt de slang? Samen bewegen, waarbij het plezier voorop staat.

We werken in de peutergroepen met de ‘peutercarrousel’: verschillende activiteiten die bij toerbeurt in de verschillende groepen wordt aangeboden. Het bewegen neemt hierbij veel plaats in, denk bijvoorbeeld aan het speelse ‘kinderyoga’. Wij werken daarnaast met “Beweegkriebels”, een methode om met jonge kinderen op een speelse manier te bewegen. Uw peuter ontwikkelt spelenderwijs zijn motoriek en krijgt mee dat bewegen goed voor je is.

Op veel van onze locaties is er een aparte binnenruimte om te bewegen, zoals de gymzaal van de school. Hier gebruiken we de aanwezige materialen zoals hoepels om met de peuters speelse beweegactiviteiten te doen.

Naast beweegactiviteiten geven we uw peuter ook dagelijks gelegenheid om met zijn handen bezig te zijn. Zo stimuleren wij zijn kleine motoriek. Dit doen we bijvoorbeeld met de knutselactiviteiten. Door te kleien, te tekenen, te verven en te knippen ontwikkelt uw peuter zijn vaardigheden. Het plezier in het doen is hierbij belangrijk. En natuurlijk bewonderen we – samen met uw peuter – het resultaat.

Wat uw peuter al zelf kan, laten we hem zelf doen, bijvoorbeeld zijn schoenen aantrekken en de boterham smeren. Waar nodig helpen we hem natuurlijk een handje. Uw peuter voelt zich trots als hij dingen zelf doet. En hij wordt daardoor ook steeds handiger.

Uw peuter gaat dagelijks naar buiten. Hier kan hij met de andere peuters rennen, klimmen, fietsen en ravotten. Ook spelen met natuurlijke materialen zoals takken, bladeren, zand en water blijft favoriet. Onze speelpleinen zijn zo ingericht dat uw peuter de natuur kan ontdekken.

De peuter is nu in een fase dat hij zichzelf als ‘ik’ benoemt. Hij bekijkt de wereld vanuit zichzelf en ziet zichzelf als het middelpunt. Hij krijgt steeds beter door hoe hij iets kan doen en bedenkt ook van te voren hoe hij dit zal aanpakken, bijvoorbeeld: “ik heb grote blokken nodig. Ik ga kasteel bouwen”.

Ook leert hij steeds beter puzzelen en ingewikkelde vormen in de vormenstoof doen. Uw peuter kan zich al goed uitkleden.

Vanaf ongeveer zijn derde jaar komen de ‘waarom-vragen’. De peuter beseft dat alles een oorzaak heeft en wil de bedoelingen achter de dingen en gebeurtenissen begrijpen.

De taal en het denken raken steeds meer met elkaar verweven. Uw peuter denkt regelmatig hardop. Hij weet welke dingen bij elkaar horen, bijvoorbeeld de stoel hoort bij de tafel. Hij begrijpt steeds meer. Begrippen als bijvoorbeeld koud-moe-honger kan uw dreumes goed aangeven.

Ook het begrip ‘tijd’ begint hij te snappen. Hij kan zeggen wat hij morgen zal doen, wanneer hij ’s avonds naar bed gaat. Hij haalt dit nog wel eens door elkaar, zo kan hij rustig zeggen: “ik zal gisteren mijn beker leegdrinken”, terwijl hij bedoelt dat hij dit morgen zal doen.

In het laatste halfjaar voordat uw peuter naar de basisschool gaat begrijpt hij vlot allerlei tegenstellingen, zoals warm-koud, jongen-meisje en kan dit ook goed aangeven. De peuter beseft dat de ander ook ‘ik’ is en leert om tegen de ander ‘jij’ te zeggen. Hij kan dan ook al een aantal kleuren benoemen, vormen onderscheiden, eenvoudige denkspelletjes oplossen en speelt met veel plezier lotto’s en kleuter-domino.

In deze periode lopen fantasie en werkelijkheid gemakkelijk door elkaar. Dit blijkt uit de verhalen die de peuter verzint en zijn interesse voor sprookjes.

Hoe begeleiden wij uw peuter

Tijdens de opvang doen we veel activiteiten met de kinderen die hun denkvaardigheden stimuleren. Denk hierbij aan tellen, meten, tijdsbesef, ruimtelijke oriëntatie en denken over oorzaak-gevolg. Dit doen we bijvoorbeeld tijdens de kringactiviteiten: Samen de dieren op het plaatjes tellen en kleuren benoemen, praten over begrippen zoals hoog/laag en veel/weinig, etc. Ook samen bedenken hoe het verhaaltje in het prentenboek zal verlopen. Met vragen zoals  “Wat zal er gebeuren als…” zetten we de peuters aan het denken en leren ze over oorzaak en gevolg.

Bij het buiten spelen en het samenspel met andere kinderen ontwikkelen peuters veel denkvaardigheden: ze leren spelenderwijs zich in anderen te verplaatsen, ze leren op hun beurt te wachten, ze leren steeds beter hun eigen wensen kenbaar te maken. Samen tijdens het spel zoeken ze naar spelideeën en oplossingen.

Ook tijdens het vrij spelen leren de peuters veel. Spelmaterialen zoals constructiemateriaal, puzzels en knutselmaterialen stimuleren om met een plan bezig te zijn. De pedagogisch medewerkers begeleiden hierbij door ‘denkvragen’ te stellen: “wat wil je doen en wat heb je daarvoor nodig?” “wat een groot bouwwerk! Hoe blijft dat zo goed staan?” “wat moet er nu eerst gebeuren?” De peuters leren zo om na te denken over wat ze (willen) doen en hoe. Deze denkvaardigheden worden ook wel ‘executieve vaardigheden’ genoemd. Deze zijn heel belangrijk voor op school en later in het leven.

Met een veelheid aan activiteiten zoals hier beschreven stimuleren we de peuters in hun brede ontwikkeling en bereiden we ze spelenderwijs voor op een fijne en leerzame tijd op de basisschool.

Uw peuter praat al in langere zinnen, meestal van drie woorden. Bijvoorbeeld: “ik pop hebben”, “Gijs toren maken”.
In korte tijd leert uw peuter enorm veel woorden erbij, tot ongeveer 900 woorden rond zijn derde jaar. Hij begrijpt dan al veel meer woorden. Hij stelt ook al vragen zoals: “is pop nou?”.
Woorden zoals ‘ik’ en ‘jij’, ‘van mij’ en ‘van jou’ gebruikt uw peuter rond zijn derde jaar.

Ook worden dan zijn zinnen langer en kent uw peuter steeds meer woorden, ongeveer 1500. Hij ‘vertelt’ op zijn manier over wat hij heeft meegemaakt. Hij stelt veel waarom- en-hoe-vragen.
Uw peuter verzint zelf taalspelletjes en houdt van verhalen, rijmpjes en versjes. Hij geniet van verhalen met humor en dingen die niet kunnen (bijvoorbeeld het maken van fantasiesoep). Uw peuter wil hetzelfde verhaal steeds weer horen, zonder veranderingen.
Tegen de tijd dat uw peuter bijna vier jaar wordt kan hij zelf een kort ‘verhaaltje’ vertellen.

Vanaf ongeveer drie tot vier jaar ontwikkelt zich een besef van wat wel en niet goed taalgebruik is. Bijvoorbeeld: Hugo: “ik ben aan het teken.” De pedagogisch medewerker: “ik zie dat jij heel goed kunt tekenen”.  Hugo: “tekenen”.

Hoe begeleiden wij uw peuter

In de groep praten we veel met de peuters. We doen dit op ooghoogte. We praten in duidelijke zinnen en op rustige toon. We nodigen de peuters uit om te reageren. Zo stimuleren we de taalontwikkeling.
Als uw peuter iets zegt, dan laten we zien dat we hem gehoord hebben. We geven hem persoonlijke aandacht en reageren op wat hij vertelt. Zo ontstaan mooie gesprekjes die fijn en zeer leerzaam zijn.

We stimuleren de taalontwikkeling van de peuters met Ben ik in Beeld. Elke 6 weken hebben we een nieuw thema, waarbij we diverse activiteiten aanbieden. De activiteiten zetten we in een ‘activiteitenspin’. Deze activiteitenspin hangt zichtbaar in de groep. Zo kunt u zien welke activiteiten uw peuter krijgt aangeboden. Ook kunt u er thuis met uw peuter over praten. Uw peuter zal dit erg leuk vinden.

Dagelijks doen we stimulerende activiteiten met de peuters. Dit doen we in kleine en grotere groepjes. We lezen bijvoorbeeld prentenboeken in de kring. We stimuleren dat de peuters actief meepraten. We zingen liedjes en gebruiken voorwerpen die het thema betekenisvol maken. Bij de prentenboeken gebruiken we vertelkoffers. Hierin zit het prentenboek, wat voorwerpen en voorbeelden van activiteiten. Deze vertelkoffers zijn ook beschikbaar voor ouders. Zo kunt u ook thuis met het thema met uw peuter aan de slag.

De pop Puk neemt een belangrijke plaats in bij de activiteiten. Puk mag ook met de peuters mee naar huis. Hij gaat dan logeren. Voor uw peuter is dit heel bijzonder. In de groep praten we met uw peuter na over de logeerpartij.  Zo komen de leefwereld van thuis en van de peutergroep bij elkaar. Dit voelt veilig voor uw peuter.

Het thema is ook herkenbaar in de inrichting van het lokaal. We maken themahoeken, waar de peuters met elkaar kunnen spelen en ontdekken. Door doen en ervaren ontwikkelt uw peuter zich.

Sommige peuters worden thuis in een andere taal opgevoed. Voor hen is het Nederlands de tweede taal. Deze peuters stimuleren we extra in de taalontwikkeling. We sluiten aan bij wat de peuter al kan en bouwen hierop voort.

Peuters spelen graag bij elkaar in de buurt en beginnen steeds meer samen te spelen. Tijdens dit spelen ontwikkelen ze hun taal. We begeleiden dit door bij het spel nabij te zijn en met de peuters mee te spelen. We benoemen wat we zien tijdens het spel, bijvoorbeeld “Kijk, Joris heeft twee bordjes, misschien wil hij er een aan jou geven?” We geven het goede voorbeeld. Zo leert uw peuter steeds meer woorden kennen en gebruiken. Hij leert spelenderwijs zich in anderen in te leven en rekening te houden met de ander.